Creston Valley Wildlife
Vandaag reden we via een mooie route over een hoge pas, 1775 meter, naar Kimberley, mooi gelegen aan de rand van de Canadian Rockies en de Purcell Mountains aan de andere kant. Weer relatief veel tijd in de auto, maar de mooie route maakt veel goed. Onderweg bezochten we de Creston Valley Wildlife Management Area, waar we een kort rondje liepen.
We ontbeten vanochtend op een heel leuk plekje in Nelson, Oso Negro, door de SNP aangeraden. En die tips van de SNP over restaurants en koffietentjes volgen we meestal wel op. Het was een veel lekkerder en een stuk gezelliger ontbijt dan in ons hotel gisteren.
Snel na Nelson gingen we even van de hoofdweg af om Ymir te bezoeken, een gehucht met een paar aardige oude houten gebouwen. We stapten hier nog kort uit, maar bij het volgende dorp, waarvan SNP schreef er even doorheen te rijden, namen we die moeite niet. Vergeleken met gisteren stelde het weinig voor.
De weg over de pas die hierna volgde stelde juist heel veel voor. We kregen heel fraai zicht op allerlei besneeuwde bergen en mooie valleien. Helaas hebben we hier geen foto’s van.
Niet te lang na de pas kwamen we aan bij het natuurgebied wat de highlight van vandaag was, de Creston Valley Wildlife Management Area. Het gebied bevat voornamelijk wetlands (soort moeras) met door het jaar heen tot 300 verschillende vogelsoorten. Wij waren er op het midden van de dag, en ook nog eens een snikhete dag. Daardoor zagen we helaas niet verschillende soorten vogels. Wel zagen we heel veel mooie boszwaluwen die mooi blauw oplichten in de zon en een aantal schitterende ‘red-winged Blackbirds’ (merels met een fel oranjerode vlek op hun vleugels). Prachtige vogels. Helaas is het niet gelukt een goede foto te maken.
Hierna moesten we nog een flink stuk rijden naar Kimberley. Halverwege zagen we een bord met Mountain Time met het verzoek de klokken te verzetten. Gelukkig deed de iPhone dat automatisch. We zagen de tijd van 15:45 maar 16:45 verspringen. Maar daarmee waren we wel een uur in onze planning kwijt. Gelukkig waren we toch al niet van plan een laatste tip voor een uitstapje op te volgen.
We moesten nog tanken, wat we deden bij een onooglijk tankstationnetje. We konden daar gelukkig wel een ijsje kopen, wat we lekker buiten in de schaduw opaten. Daar raakten we in gesprek met een Canadese fietser die al bikepackend onderweg was, helemaal vanuit Vancouver. We hebben een tijdje gezellig gekletst over fietsen en Wout van Aert (‘Woot’). Hij was ten tijde van de Ronde van Vlaanderen en Parijs – Roubaix van dit jaar in België.
We werden in Kimberley hartelijk ontvangen door de Nederlandse B&B-houdster van Alpenglow. We hebben daar een mooie grote zolderkamer waar we twee nachten zullen verblijven.












